De Geschiedenis van Shinto

Het Shintoïsme is de grootste religie in Japan, maar is tegelijkertijd ook niet echt een religie. Het is meer een levenswijze die ontzettend diep geworteld zit in de gehele Japanse cultuur. Over de oorsprong van Shintoïsme of Shinto kun je velen boeken openslaan. Maar geen van allen hebben ze echter een eenduidig antwoord waar Shintoïsme precies vandaan komt.

Het enige wat zeker is, is dat het ergens rond 600 a 500 BC is ontstaan in Japan. En dat het een samenvoeging is van historie uit de oudheden, folklore en mythologie.

 

Animisme: voorganger van Shintoïsme

De eerste mensen die zich vestigden in Japan waren waarschijnlijk stammen die los van elkaar hun eigen goden eerde. Zij geloofde in het Animisme; de overtuiging dat elk dier, plant, of steen een ziel bevat die men moet eren. Net als die van de mens.

Door de ontwikkelingen van de mens en meer manieren om te communiceren werd deze overtuiging steeds meer gedefinieerd. De verhalen van stamleden en families- die van generatie op generatie werden doorgegeven – vormden de basis van deze nieuwe overtuiging.

De essentie van Shinto was bij deze mensen zo geïntegreerd dat wat wij nu als een geloof zien, voor hun een normale dagelijkse gang van zaken was. Hiermee was de religie ook niet meteen een eenheid, dat gebeurde pas veel later. Ook de historische invasies van andere landen, zoals Korea, hebben hun spirituele steentje bijgedragen aan de vorming van deze religie.

 

Invloeden vanuit het Boeddhisme

Shinto veranderde enorm na de komst van het Boeddhisme in de 6e eeuw AD. En is niet meer dezelfde religie als het was voor die tijd. De leiders van toen zagen er een voordeel in om het Boeddhisme, en later zelfs het Confucianisme (een van oorsprong Chinese filosofie), met het Shinto te mengen.

Hierdoor veranderde sommige Shinto heiligdommen naar Boeddhistische tempels met de daarbij behorende priesters. Daar werden de ideeën achter het Boeddhisme verder onderzocht. In dezelfde periode nam de overheid een rol in de van religie door de “afdeling van bovenmenselijke wezens” op te richten.

 

Enorme groei aan volgelingen

Het Boeddhisme had ook een voordeel op de simpelere mens doordat de complexiteit van de goden en wijsheden in dit geloof makkelijker te begrijpen waren. Waar shinto duizenden kami kent en vrij vage regels omvat, heeft het Boedhisme een beperkt groep goden en wensen. Door deze versimpelingen groeide het aantal volgers hard.

Steeds meer belangrijke instanties en leiders zagen de potentie van deze groep volgers. Hierdoor vormde zich het idee dat de wil van de goden ook opgevolgd moest worden door de politiek. En andersom. Kort door de bocht kwam het er echter op neer dat de regering zichzelf gelijkwaardig aan de goden vond.

Ondertussen kwamen vele Boeddhistische tempels onder het belang van de staat te vallen. Strikte controles waren aan het orde van de dag en alleen priesters met training van de staat mochten nog hun werk doen in de tempels.

 

Missionarissen zonder succes

Vreemd was het wel toen in de 17e eeuw missionarissen vanuit het westen  naar Azië trokken en daar mensen probeerde te bekeren naar het Christendom. Dit zag men als een grote bedreiging voor het Boeddhisme en Shintoïsme. De meeste missionarissen werden dan ook direct na aankomst het land uitgezet. Of vermoord.

Dit was tevens een van de redenen waarom Japan besloot zich tientallen jaren af te sluiten van de buitenwereld. Het was pas tijdens de Meji-periode dat hier verandering in kwam.

 

Meji-Periode brengt verandering

De Meiji-periode bracht een plotselinge verandering op religieus gebied teweeg. Na een vrij bloederige strijd om de macht opende Japan haar deuren weer voor de buitenwereld. En kwam de nadruk weer te liggen op het Shintoïsme. Met name omdat binnen deze overtuiging de oorspronkelijke macht van de Keizer wordt benadrukt.

Shinto en Boeddhisme werden weer van elkaar gescheiden om zo de structuur van beide religies terug te krijgen. Ook werd er een boegbeeld gekozen voor Shinto, een leidend figuur, om de heilige rol voor keizers en hoge priesters te kunnen spelen. Dit werd Amaterasu, een Kami die tot dan toe nog geen echte hoofdrol in de religie had gespeeld.

 

Religie van de staat

Shinto werd vanaf dat moment verkozen tot de religie van de staat. Dit betekende dat Shinto altaren en heiligdommen financieel werden ondersteund door de regering. Helaas duurde deze financiële ondersteuning niet heel erg lang. Nog geen twintig jaar later kwam deze verantwoording weer bij de heiligdommen te liggen.

De verandering betekende ook dat Kami niet meer mochten worden geïdentificeerd met de eigenschappen van Boeddha. Dit zorgde ervoor dat heiligdommen werden ontzien van alle sporen van Boeddhisme. De oude priesters werden ontslagen en de nieuwe Shinto priesters kregen zelfs de opdracht om hen weer te bekeren naar Shinto.

Ook deze verandering hield niet lang stand, en na een tijdje waren er weer sporen te vinden van andere bekende religies. Toch probeerde de hogere standen Shinto meer eer te geven en leende belangrijke leiders zichzelf uit om te dienen als goed voorbeeld voor de religie met de nadrukkelijke boodschap dat de keizer een goddelijke afstammeling was en dus ook zo aanbeden kon worden.

Dit klinkt misschien voor sommige wel bekend uit andere geloofsvormen. De Meiji-periode zorgde ervoor dat Shinto het bindingsmiddel werd tussen Kami, het eren van oude wijsheden en loyaliteit naar de familie en de natie zelf.

 

Shinto na de tweede wereldoorlog

Na de tweede wereldoorlog veranderde Shinto opnieuw toen de Japanse keizer zijn goddelijke status afstond tijdens de reformatie van Japan. Amerikaanse bezettingsgroepen waren niet gecharmeerd van Shinto, zij zagen het als een door de regering gedreven cult.

De Keizer verklaarde (onder druk) dat hij altijd op gelijke gronde diende met het volk, en nooit verbonden was geweest aan een goddelijke status. Verder werd er verklaard dat ook het Japanse volk gelijk was aan andere volkeren en over geen enkele vorm van superioriteit beschikte.

In de aangepaste grondwet werd vastgelegd dat elke Japanse burger een vrijheid van religie heeft. En dat geen enkele religieuze organisatie nog financiële middelen zou ontvangen van de staat.  Iedereen mocht geloven in waar hij of zij in wilde geloven en meedoen aan allerlei vieringen of rituelen.

 

Shinto vandaag de dag

Al met al is Shinto door de eeuwen gevormd, vervormd, gewijzigd en opnieuw aangepast. Maar ondanks al dat gekneed is het altijd populair gebleven onder alle niveaus van de bevolking. De Kami en de natuur waarin zij bestaan blijven een belangrijke rol in het huidig drukke dagelijks leven van de moderne Japanner spelen. Het is daarom ook wel zeker dat deze levenswijze ook in de aankomende eeuwen in Japan favoriet zal blijven.

 

 

Bron: 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12,13,14,15

Dit artikel – De Geschiedenis van Shinto – verscheen voor het eerst op 5 maart 2014 en is voor het laatst geüpdatet op 5 maart 2019.

Kurimu is een Japan cultuur- en subcultuur superfan. Kawaii-lover. Calpis-verslaafde. Echte ontdekker, eerlijk, en soms té nieuwsgierig. Vleugje ondeugend met een toefje dapper.

Laat ons horen wat je te zeggen hebt!

Close
X