Deshima: Ruim 200 jaar Hollandse handel en invloed in Japan

Verse sushi bij de Appie, ontspullen met Marie Kondo, of genieten van de romans van Haruki Murakami; voor wie wil, ligt Japan binnen handbereik. Al jaren is de invloed van Japan in Nederland niet meer weg te denken. Maar zo’n vierhonderd jaar geleden waren die rollen omgedraaid. Nederland bepaalde wat Japan aan producten kon kopen, en aan kennis kon krijgen van de buitenwereld. Die Nederlandse invloed is nog steeds terug te vinden in Japan.

 

Deshima: Nederlands “grondgebied” in Japan

De invloed van Nederland op Japan begon enkele eeuwen geleden in de periode dat Japan nog volledig afgesloten was van de buitenwereld. Vrijwel niemand mocht het land betreden of handel met Japan bedrijven. Op één land na; Nederland. Via een kunstmatig eiland in de vorm van een waaier mochten Nederlandse handelaren als enige hun waren aan de man brengen in Japan. Dit eilandje , genaamd Deshima (Dejima) was van 1641 tot 1859 het (vrijwel) enige contact tussen de westerse wereld en Japan. Maar hoe is dit precies tot stand gekomen?

 

De eerste ”Liefde” voor Japan

Op 19 april 1600 vaart een schip met de naam “De Liefde” de haven binnen van wat nu Usuki heet (gelegen op het Japanse eiland Kyushu). Aan boord zijn nog 24 van de 110 bemanningsleden die in 1598 uit Rotterdam zijn vertrokken, met bestemming de Molukken. Er is veel misgegaan onderweg, de vier andere boten van de vloot zijn verdwenen. De uitgeputte zeelieden zijn geteisterd door scheurbuik, vijandige aanvallen, brute stormen en een continu gebrek aan vers voedsel en water.

De Liefde ligt klaar voor vertrek uit Rotterdam samen met De Hoop, Het Geloof, De Trouw en De Blijde Boodschap

De Roodharige Barbaren, zoals de Nederlanders later door de Japanners worden genoemd, mogen levend van boord. Shogun Tokugawa Ieyasu is net aan de macht gekomen na een bloedige burgeroorlog in Japan. Hij is nieuwsgierig en vooral geïnteresseerd in al de moderne wapens die aan boord van de “Liefde” zitten. Alles wordt geconfisqueerd. Jan Joosten van Lodensteyn (later bekend als Yaesu-san) en William Adams, een Engelse stuurman, worden ontboden bij de shogun. Zij imponeren hem met hun kennis over navigatie, scheepsbouw en oorlogstuig en mogen blijven.

 

Handel en heibel

De bemanningsleden vestigen zich in Japan, vinden er werk en de meesten trouwen een Japanse. Ieyasu wil Nederland graag als handelspartner, zodat hij niet alleen afhankelijk is van de Portugezen. Hij stuurt hiervoor een verzoek via kapitein Quakernaack van de “Liefde” naar de Republiek der Vereenigde Nederlanden. In 1609 lukt het een VOC-delegatie (de VOC is in 1602 opgericht) om een brief van prins Maurits Van Oranje aan Ieyasu te overhandigen. Daarmee is de eerste handelsovereenkomst tussen Japan en Nederland een feit.

De eerste handelspas tussen Nederland en Japan.

Vanuit de haven van Hirado handelen de Nederlanders er op los. Zij zijn niet de enigen. Er ontstaat een ware handelsoorlog met de Portugezen, Chinezen, Engelsen en de Japanners zelf. Daarbij komt dat de Portugezen met succes het Christendom verspreiden in Japan. Iets waar Ieyasu niet blij mee is. Hij treft maatregelen; het Christendom wordt verboden, Japanners mogen het land niet meer verlaten, terwijl alle kinderen uit gemengde huwelijken gedwongen het land moeten verlaten.

 

Handel boven alles

De lastige Portugezen worden in 1637 verbannen naar het waaiervormige eiland Deshima, dat voor de havenstad Nagasaki is aangelegd. De Nederlanders, voor wie handel nog altijd boven geloof komt en die de Portugezen liever kwijt dan rijk zijn, steunen de Japanners in hun bloedige strijd tegen de ‘Christelijke rebellen’.

Christenen worden gemarteld bij de hotsprings van Unzen met kokend water.

Als in 1639 blijkt dat de Portugezen toch missionarissen naar Japan blijven sturen is de maat vol en zet Japan alle Portugezen het land uit. Japan wordt afgesloten voor de rest van de wereld (deze sakoku-periode duurt van 1641-1853). Behalve voor….. de Nederlanders. Als beloning voor haar loyaliteit krijgt Nederland een handelsmonopolie met Japan. Vanaf 1641 worden ook zij gedwongen te leven op Deshima, dat in de daaropvolgende 200 jaar Japans enige contact met de buitenwereld zal blijken te zijn.

 

Het leven op Deshima, luxe of lijden?

Deshima is als de Nederlanders er leven zo’n 15.000 m2 groot en alleen toegankelijk via een smalle stenen brug. Eromheen staat een hoog hek met een dubbele rij spijkers. De huizen hebben in het onderste gedeelte een pakhuis en daarboven woningen. Op de akkertjes ertussen wordt groente verbouwd en wat vee gehouden. Als er geen schepen zijn wonen er zo’n 10 tot 20 Nederlanders: het Opperhoofd, zijn koopmannen, boekhouders, pakhuismeesters, scheepbouwers, meegebrachte slaven en een arts. Bij hoge uitzondering en met officiële toestemming mag iemand het eiland verlaten. Overal moet voor worden betaald door de Nederlanders.

Overzicht van Deshima

Huizen met twee verdiepingen.

De keuken van Deshima

Biljarten in de vrije tijd.

De Nederlanders mogen geen Japans leren. Speciaal gekozen Japanners leren Nederlands. Deze vertalers (de “Oranda Tsuji”) verblijven ook op Deshima samen met Japanse bewakers, koks, bediendes, koeriers en de ‘ottona’ (de zaakwaarnemers). Veel van de Japanners die op het eiland werken zijn tevens spionnen. Zij moeten de Nederlanders in de gaten houden en kijken of er niets van het eiland wordt gesmokkeld.

 

Een vrouwelijke touch

Vrouwen zijn ten strengste verboden op Deshima. Een van de Nederlanders op Deshima omschreef het leven als volgt: Degene die veroordeeld is hier zijn leven door te brengen, in een dergelijke eenzaamheid, wordt in alle eerlijkheid levend begraven. De bijnaam van de mannen op Deshima was dan ook fitositsch (gijzelaars). Toch is Deshima een razend populaire VOC-post.

Hoewel de Japanners het de Nederlandse mannen erg moeilijk maken erkennen ze wel hun basis behoeftes. De inkoper van Deshima zorgt voor Japans vrouwelijk gezelschap (vaak weggeplukt uit het red-light district van Maruyama), waarvoor de mannen uiteraard flink moeten betalen. Op de straatregels die aan de brug van Deshima hangen staat: Alleen prostituees, andere vrouwen mogen niet binnen worden gelaten.

Aan damesbezoek geen tekort, als er maar werd betaald.

Als er schepen aangekomen zijn (tussen augustus en oktober) werkt men hard. Buiten die periode wordt de verveling tegengegaan met biljart, muzikale voorstellingen en andere vormen van vertier. De mannen feesten regelmatig met als hoogtepunt het jaarlijkse midwinterfeest. Belangrijke Japanse zakenlieden worden uitgenodigd voor een uitbundig feest met vlees uit Java, goede wijn, koffie, sigaretten en dames van plezier.

 

Gloriejaren op de handelspost

Maar zo streng als de regels zijn voor het leven op Deshima, de regels het drijven van de handel zijn minstens zo streng. Als een Nederlands schip arriveert wordt de lading eerst naar de pakhuizen op Deshima gebracht en grondig gecheckt. De prijs van ruwe zijde, veruit het belangrijkste importproduct voor Japan, wordt vooraf onderhandeld tussen het Nederlandse ‘Opperhoofd’ van Deshima en een groep handelaren uit vijf Japanse steden.

Regelmatig proberen de Nederlanders de regels te omzeilen, maar met Japan valt niet te spotten. Het succes van de handel is mede te danken aan de invloed van het VOC-hoofdkantoor op Batavia. Zij instrueren de mannen op Deshima vooral bescheiden en geduldig te zijn met de Japanners.

Na verloop van tijd ontstaat er een handelsonbalans voor de Japanners, ze importeren meer dan ze exporteren. Vanaf 1715 beperken zij daarom de import en promoten Japanse producten zoals kamfer, (Imari) porselein, lakwerk en sojasaus.

In de hoogtijdagen van de handel worden zijde, hout, huiden, suiker, medicijnen en kruiden naar Japan gebracht. De import van deze producten heeft een grote invloed op het leven van de Japanners. De zijde en textiel leidt tot de verbluffende ontwikkeling in de kimono-mode. Suiker en kruiden veranderen de Japanse keuken en haaienhuiden worden gebruikt voor messenheften van de samoerai. Vanuit Japan nemen de schepen vooral zilver en koper mee terug. Het koper is onmisbaar voor de munten van de VOC.

En het is maar goed dat de handel lucratief is. De Nederlanders moeten namelijk een erg hoge huur betalen op Deshima (omgerekend 600.000 euro per jaar). Naast de formele VOC-handel woedt er een informele handel in minder belangrijke koopwaar waar de Nederlanders privé een hoop koperen munten aan overhouden (oplopend tot 20 keer hun jaarsalaris).

 

De jaarlijkse hofreis naar Tokio (Edo Sanpu)

Door het succes van de handel worden er meer rechten verleend aan de Nederlanders. Eenmaal per jaar mogen de meest belangrijke mannen van Deshima het eiland af voor een reis naar het hof in Edo (Tokio). De Nederlanders moeten de shogun geschenken brengen en voorzien van het laatste nieuws vanuit de buitenwereld. De verlanglijst van de shogun is niet bescheiden; telescoop, kanonnen, medische instrumenten, kandelaars, olifanten en struisvogels, alles moet mee. De reis duurt zo’n drie maanden. De stoet van ruim 200 man, inclusief alle cadeaus en eten voor onderweg trekt veel nieuwsgierige kijkers.

De hofreis naar Edo.

De Hollandse delegatie blijft twee tot drie weken in Edo, waarbij het een komen en gaan is van nieuwsgierige bezoekers die hen bestoken met ingewikkelde medische, astrologische en natuurkundige vragen. De Hollanders, betere verkopers dan academici, zoeken naarstig naar antwoorden in de meegebrachte boeken en serveren een hoop snacks en alcohol om verdere vragen af te wenden.

Alleen het Opperhoofd, die de status van daimyo (leenheer) heeft gekregen, mag de shogun ontmoeten. In een ruimte waar alle meegebrachte geschenken worden neergezet zit de shogun onzichtbaar achter een gordijn. Als de Oranda kapitan wordt aangekondigd kruipt het Opperhoofd op handen en knieën de ruimte binnen, buigt zijn hoofd één keer naar de grond en kruipt muisstil achteruit weer terug. Tot zover de officiële audiëntie. Een aantal uren later op de receptie bij de shogun worden de laatste wereldnieuwtjes uitgewisseld, uiteraard gekleurd in het belang van de Nederlanders.

De Nederlandse gebruikten deze hofreis dan ook vaak om de diplomatieke situatie van de Nederlandse verder te versterken. Dit lukte echt maar beperkt. Wel gingen er mooie geschenken mee terug en werd de relatie over de jaren steeds beter.

 

Japan aan de Holland-studies (Rangaku)

Lange tijd was het verboden om Westerse boeken naar Japan te brengen of te vertalen. De informatie die de Hollanders brachten betrof aanvankelijk handel, wereldpolitiek en de praktische toepassing van wapens, navigatie en scheepsbouw.

Aangezien de Hollanders hun eigen artsen meebrachten voeren zij hun behandelingen en operaties in het bijzijn van de Japanse vertalers (Oranda Tsuji) uit. De Japanners, gericht op de Chinese filosofie van interne medicijnen, gruwelden van dit snijwerk. Maar al snel bleek dat de Hollandse behandelingen ook succesvol waren voor Japanners. De overdracht van deze medische kennis was de eerste vorm van wat later Holland-studies (Rangaku) zou gaan heten.

De handel in wetenschappelijke boeken kwam pas op gang toen Shogun Yoshimune in 1720 het verbod op westerse boeken afschafte. De Oranda Tsuji starten met het vertalen van deze boeken, waarna later zogenoemde ‘Ranga-ku-geleerden’ scholen oprichten die zich toeleggen op vakken als astronomie, natuurkunde, plantkunde, medicijnen en techniek.

Zo krijgt Japan, via de Nederlandse taal, kennis die niet alleen blijvend de Japanse medische wetenschap verandert, maar bijvoorbeeld ook de landbouwproductie verbetert en de theorieën van Newton introduceert.

In de Japanse taal zijn nog steeds ‘leenwoorden’ uit het Nederlands te vinden. Bekende woorden zijn biru (spr: bieroeh) voor bier, randoseru (van het Nederlandse woord ransel) dat wordt gebruikt voor de rugtassen die alle Japanse kinderen op school gebruiken.

 

Einde en wederopbouw van Deshima

Met de komst van de Amerikanen in 1853 wordt Japan gedwongen om de deuren te openen en eindigt de exclusieve positie van Nederland. Nagasaki groeit uit tot een internationale handelsplaats voor Japan. Het wordt zelfs zo’n belangrijke handelsplaats dat geheel Deshima verdwijnt en plaats moet maken voor een nieuwe haven.

En toch kan je tegenwoordig weer meemaken hoe Deshima er destijd uit heeft gezien. Sinds 2000 is de gemeente van Nagasaki begonnen aan een grootschalig restauratieproject. Een miljoenen-project dat tot in de kleinste details wordt uitgevoerd, en nog altijd volop bezig is.

Samoerai poseren in het huidige Deshima.

Een replica van De Liefde ligt in het water bij Huis Ten Bosch vlakbij Nagasaki.

Vandaag is Deshima te zien zoals het eruit zag in de Edo periode, inclusief een gracht, pakhuizen en het pronkstuk: het huis van het Opperhoofd. Dat huis heeft een authentiek, Hollandse inrichting. In de eetkamer is het geroezemoes van Nederlandse stemmen te horen. Je krijgt even het gevoel dat je zo aan tafel kunt schuiven om een stukje zwijn mee te prikken.

Deshima ligt middenin Nagasaki; een stad met een relaxte sfeer en veel historie. Als je toch eenmaal de moeite hebt genomen om naar het eiland Kyushu te reizen, kun je nog een stop maken bij Huis Ten Bosch. Een thema-pretpark waar beroemde Nederlandse gebouwen op ware grootte zijn nagebouwd.

Laat ons horen wat je te zeggen hebt!

Close
X