Ijigen Karano Houkou (Ningen Isu CD Review)

Op ‘Kaidan Soshite Shi to Eros’ kwam Ningen Isu opvallend heavy uit de hoek. De loodzware, door Black Sabbath geïnspireerde riffs waar het trio uit Aomori om bekend staat waren op dat album nog prominenter aanwezig dan ooit, waardoor de plaat weliswaar iets minder speels is dan het meeste werk van Ningen Isu, maar ook opmerkelijk consistent.

In eerste instantie lijkt hun nieuwe album ‘Ijigen Kara no Houkou’, hun twintigste alweer, dezelfde kant uit te gaan, maar na een heftig begin zijn er toch weer wat verrassende tracks te horen.

 

Dertigste Jubileum

Dit jaar viert Ningen Isu zijn dertigste jubileum. In internationale stonerrock- en doommetalkringen is het trio sinds enkele jaren een bijzonder gewaardeerde band en dat is niet meer dan verdiend. In tegenstelling tot veel genregenoten klinken gitarist Shinji Wajima, bassist Kenichi Suzuki en drummer Nobu Nakajima – alle drie de heren doen dienst als zanger – namelijk niet als een slap aftreksel van hun invloeden, maar schrijven ze sterke nummers met kop en staart en blinken ze uit in hun samenspel.

Niet dat hun invloeden niet duidelijk aanwezig zijn; naast Black Sabbath horen we het eigenwijze van Budgie en flarden van het vroege werk van Rush. En de wens om deze invloeden op een originele wijze in een oriëntaals perspectief te plaatsen, zoals de Flower Travellin’ Band in de jaren zeventig al deed.

Ningen Isu klinkt op ‘Ijigen Kara no Houkou’ dus vooral weer als Ningen Isu. De wilde experimenten zoals deze rond de eeuwwisseling te horen waren blijven achterwege en de band lijkt totaal niet om het winnen van nieuwe fans te malen, maar de fanbase die de band door de jaren heen heeft opgebouwd zal ongetwijfeld met het album uit de voeten kunnen. Dat geldt zowel voor de mengeling van psychedelische rock en doom metal die de eerste deel van het album domineert als voor het meer eclectische middenstuk van de plaat.

 

Spookachtig

Net als bij de voorganger is de openingstrack van ‘Ijigen Kara no Houkou’ als eerste single gekozen. Dat is ook een verstandige keuze geweest, want Kyomu no Koe is het beste voorbeeld van de totale Ningen Isu-sound op het album. Er is weliswaar geen sprake van een echt pakkend refrein, maar dat zou de constant dreigende sfeer van het nummer teniet doen. Bovendien is Shinji Wajima de meest toegankelijke zanger van de band. Eerlijk is eerlijk: geen van de heren is een topzanger, maar Wajima heeft het meest heldere stemgeluid en bovendien hebben zijn zangpartijen vaak een spookachtige sfeer die de thema’s van de teksten versterkt.

Kenichi Suzuki doet zijn intrede als leadzanger op het tweede nummer Fuujin en het verschil is meteen hoorbaar: hij zingt lager en rauwer. Perfect voor de smerige rock ‘n’ rollgroove van het nummer, die sterk aan bands als Queens of the Stone Age en Wolfmother doet denken. Als je doodeng gelach of vreemde geluiden hoort, is de kans groot dat dat ook de stem van Suzuki is, al zijn deze geluiden opvallend sporadisch aanwezig op ‘Ijigen Kara no Houkou’. Op Nobu Nakajima moeten we wat langer wachten; die doet pas zijn intrede op het opvallend swingende Akumu no Tenjoin. Hij heeft veruit de hoogste stem van de drie. Potentieel ook de beste, maar hij heeft aanzienlijk minder controle over zijn stem dan Wajima.

Wat wel verrassend is, is hoe makkelijk de stemmen van de heren ondanks hun relatief beperkte bereik met de muziek mee veranderen. Op een album dat zo gevarieerd is als ‘Ijigen Kara no Houkou’ is dat wel een vereiste. Als een uptempo metalnummer als Jigoku no Heavy Rider niet even overtuigend is als het bijna vrolijke refrein van Mononoke Fever, kun je je beter een van de stijlen achterwege laten. De heren wagen zich echter met vergelijkbaar enthousiasme aan de uitersten.

 

Sfeervol

Taiyou ga Ippai is een van de opvallendste nummers van het album. De Motörhead-achtige hoofdriff van het nummer heeft een sfeer die doet denken aan de tijd dat hardrock en heavy metal nog niet als twee verschillende dingen gezien werden en als geheel heeft het nummer een bijna punk-achtige sfeer, waardoor het album mooi opengebroken wordt. Wajima’s gitaarsolo is opvallend melodieus en thematisch van opzet en daarmee de beste van de plaat. Akuma Kitousho lijkt aanvankelijk eventjes het eerste écht folky Ningen Isu-nummer in lange tijd te worden, maar na een kort akoestisch intro wordt het al snel een van de zwaarste, meest riffgerichte nummers van ‘Ijigen Kara no Houkou’.

Cover art van het album.

Cover art van het album.

Slotnummer Itansha no Kanashimi is waarschijnlijk het beste nummer van de plaat, al is het een wat atypische afsluiter voor Ningen Isu. Meestal kiest de band ervoor om hun albums af te sluiten met langzame, monsterlijke doommetalnummers, maar hoewel Itansha no Kanashimi niet snel is, doet hij door zijn shuffleritme en opvallend melodieuze karakter eerder denken aan een (fictief) samenwerkingsproject tussen Led Zeppelin en Black Sabbath. De overwinningsmars in het middenstuk is vreemd, maar tegelijkertijd een hele leuke sfeerversterker.

 

Machtig

Zelf was ik erg gecharmeerd van ‘Kaidan Soshite Shi to Eros’ en van mij had Ningen Isu daarom niet per se een andere weg hoeven inslaan. Ze zijn echter altijd een experimentele band geweest die niet twee keer achter elkaar hetzelfde album wil maken en in die opzet zijn ze met ‘Ijigen Kara no Houkou’ wederom geslaagd. Het album telt alleen wel een aantal semi-missers waardoor het mijns inziens nét de klasse van ‘Kaidan Soshite Shi to Eros’ en vroege klassiekers als ‘Ougon no Yoake’ (1992) en ‘Rashoumon’ (1993) niet haalt.

Zo heeft Mononoke Fever een hele interessante opbouw, maar is het refrein ondanks het geinige experiment met de mondharmonica een ietwat vervelende anticlimax. Met Chijin no Monologue is op zich niet zo heel veel mis, maar de band heeft in het verleden soortgelijke nummers uitgebracht die veel geïnspireerder klinken. Uchuu no Symphony is in essentie geen hele interessante compositie, maar overtuigt in de semi-psychedelische jamsessie in het midden wel met het machtige samenspel. De heren zijn zo intuïtief en goed op elkaar ingespeeld; dat doen weinig Japanse bands ze na.

Bovendien staan daar genoeg ijzersterke nummers als Kyomu no Koe, Itansha no Kanashimi, Taiyo ga Ippai en Fuujin tegenover. Fans van Ningen Isu kunnen ‘Ijigen Kara no Houkou’ daarom ook blind aanschaffen. Voor wie eerst even wil luisteren is er goed nieuws: een groot deel van het oeuvre van Ningen Isu – waaronder dit album – is verkrijgbaar via Spotify en iTunes, dus zelfs als je het budget niet hebt om dure albums uit Japan te bestellen, is de spannende muziek van het hardwerkende trio binnen handbereik.

 

Cover foto via The Japan Times.

Kevin is altijd op zoek naar de beste muziek van over de hele wereld. Hij is altijd benieuwd naar de drijfveren van de muzikanten die erachter zitten en verdiept zich er graag in. Voor de The Sushi Times schrijft hij over de tofste Japanse bands maar wil je meer lezen? Kijk dan ook op zijn eigen site kevymetal.wordpress.com!

Laat ons horen wat je te zeggen hebt! :D