Interview Sigh: “Ik zing beter in het Japans”

Excentriek is waarschijnlijk het beste woord om Sigh te omschrijven. Hun sound is verankerd in de extreme metal – en dan vooral de black metal – maar het wemelt van de invloeden uit andere genres.

Progressieve en psychedelische rock, klassieke muziek, jazz, elektronische muziek… Het zijn allemaal elementen die sinds midden jaren negentig in hun experimentele muziek terug te horen zijn. “Black metal omvat bijna ieder genre“, verklaart zanger, multi-instrumentalist en bandleider Mirai Kawashima. “Allerlei bands van Blasphemy tot Alcest en Deafheaven vallen onder die noemer, dus ‘black metal’ heeft zo weinig beperkingen dat het bijna geen stijlomschrijving meer is. Bovendien is wat wij spelen overduidelijk geen thrash of death metal, dus ik vind het een prima label.”

 

Heir to despair

Op 16 november verschijnt het twaalfde Sigh-album ‘Heir to Despair’. Hierop is de extreme metal bijna naar de achtergrond verdwenen ten faveure van nadrukkelijke invloeden uit de progressieve rock en Oost-Aziatische folk. “De jaren zeventig prog-vibe is er sinds ‘Ghastly Funeral Theater’ (1997) altijd al geweest“, aldus Kawashima. “Ik ben gek op gestoorde prog uit de jaren zeventig en ik verzamel vintage keyboards. Dit keer heb ik zelf ook echt dwarsfluit gespeeld, wat zeker aan dat proggevoel bijdraagt. Eigenlijk had ‘Graveward’ (2015) een progalbum moeten worden, maar tijdens de opnamen raakte ik steeds meer verslingerd aan orkestrale arrangementen en veranderde de richting van het album.

Wat het Aziatische gevoel betreft: ik experimenteerde veel met traditionele Japanse zangtechnieken en wilde dat in de muziek van Sigh verwerken. Ook zijn de teksten dit keer overwegend Japans. Ik kan veel beter Japans zingen, omdat ik dan minder hoef te letten op een correcte uitspraak zoals bij het Engels. Ook dacht ik dat Japanse teksten een andere sfeer aan de nummers konden geven. Eerlijk gezegd had ik na tien albums ook niet veel meer te zeggen in het Engels…”

 

Verwachting

Toen Kawashima op social media de release van ‘Heir to Despair’ aankondigde, zei hij dat iedereen het album zou haten. Niemand die het gehoord had zou er wat aan gevonden hebben. Zijn de reacties inmiddels al wat beter? “Tot nu toe is alleen ‘Homo Homini Lupus’ verschenen“, licht Kawashima toe. “En de reacties daarop zijn overwegend positief. Daar moet ik wel bij zeggen dat dat nummer helemaal niet representatief is voor het album. ‘Heir to Despair’ wordt gekenmerkt door het nadrukkelijk Aziatische tintje en het gebruik van de dwarsfluit. ‘Homo Homini Lupus’ klinkt niet Aziatisch en heeft geen fluitpartijen. Als mensen dat nummer goed vindt, is de kans des te groter dat ze het album gaan haten.

Niet dat dat Kawashima iets uitmaakt: “Vooral vlak na de release van een album is de reactie van het publiek heel misleidend. Toen ‘Imaginary Sonicscape’ (2001) net uit was, waren de recensies voor de helft zeer negatief. Mensen waren in de war: we waren een blackmetalband, maar het album klonk helemaal niet als black metal. Inmiddels zijn we zeventien jaar verder en is ‘Imaginary Sonicscape’ een van de meest populaire Sigh-albums. Als mensen voor het eerst naar een album luisteren, luisteren ze alleen naar het verschil tussen hun verwachting en de muziek die er echt op staat.

 

Objectief

‘Heir to Despair’ heeft een opvallend helder, verzorgd geluid. Dit is een groot contrast met de rauwe productie van ‘Graveward’. Het is niet voor het eerst dat er zo’n groot verschil is in de geluidstechnische aanpak van twee opeenvolgende Sigh-albums. “Dat heeft heel veel met de richting en de thema van het album te maken“, legt Kawashima uit. “Het thema van ‘Scenes From Hell’ (2010) was bijvoorbeeld de hel, dus daar moest een helse productie bij. Voor ‘Heir to Despair’ was de productie meer een soort experiment. ‘Graveward’ was geproduceerd door onze gitarist en dat was een mislukking. Ik zeg niet dat hij een slechte technicus is, maar hij was te bevooroordeeld. Hij wilde natuurlijk dat zijn gitaar duidelijk te horen was en hij wist te veel over de nummers, waardoor hij niet objectief kon zijn.

Om die objectiviteit te bewaken zijn we dit keer in zee gegaan met de Canadese technicus Phil Anderson. Ik ben er ook op blijven letten dat we objectief bleven. Natuurlijk zou ik soms best willen dat mijn spel of zang wat beter te horen was, maar ik besloot er niets van te zeggen om het objectiviteitsexperiment overeind te houden. Ik denk dat het resultaat geslaagd is.

 

Gekte

Een thematische aanpak is sowieso belangrijk voor Kawashima: “Het thema van dit album is gekte. Ik vraag me de laatste tijd vaak af wat dat nu precies inhoudt. Er zijn natuurlijk mensen die zo gestoord zijn dat iedereen het doorheeft, maar het is niet altijd zo duidelijk. Vaak is het een kwestie van waar je de lijn tussen normaal en gek trekt en dat is honderd procent arbitrair. En als je gek bent, heb je dat niet door. Ik denk niet dat ik gek ben. Ik vind dat alles wat ik in dit interview zeg ergens op slaat, maar daar kan ik nooit zeker van zijn. Compleet gestoorde mensen vinden hun gedachtegang waarschijnlijk volkomen logisch.

Het artwork van Eliran Kantor laat perfect zien wat ik met de muziek wilde uitdrukken. De vrouw ziet er gelukkig uit, maar met alle andere dingen op het artwork is iets mis. De plant is dood en de kamer is een puinhoop. Ook dat laat zien dat gekte niet altijd op te merken is. Sommige mensen zien er heel normaal uit, maar hebben intussen een diepe duisternis in hun hoofd. En dan wordt het pas écht eng.

 

Spontaan

Sigh is al sinds de oprichting eind jaren tachtig de band rond Kawashima. Vaak zijn dat soort bands vrij instabiel qua bezetting, maar die van Sigh is altijd zeer constant geweest. Op de komst van gitarist You Oshima in 2014 na heeft de band al meer dan tien jaar geen bezettingswisselingen meegemaakt.

Er zijn vast wel betere muzikanten te vinden“, aldus Kawashima. “Maar wat deze mensen zo bijzonder maakt is dat ze allemaal op de een of andere manier gek zijn. Blijkbaar werkt dat goed voor Sigh. Ze zijn allemaal heel moeilijk om mee te werken en communiceren. Het kan soms heel frustrerend zijn om daarmee om te gaan, maar dat is misschien wel het bewijs dat ze artistiek uniek zijn. Dat hoop ik althans.

Toch is het Kawashima die de touwtjes in handen houdt. “Alle teksten en de meeste nummers zijn van mijn hand“, licht hij toe. “Op ‘Heir to Despair’ heeft onze gitarist You de helft van ‘In Memories Delusional’ geschreven. Daarnaast heb ik alle gitaarsolo’s aan hem overgelaten. Maar ik kan naar eerlijkheid zeggen dat dat de enige input van de andere bandleden is.

Mijn manier van componeren varieert. Soms schrijf ik mijn nummers achter de piano, maar ik kom soms ook op ideeën als ik over straat loop. Meestal bewaar ik alle ideeën en combineer ik ze tot een nummer met behulp van MIDI. Daarna luister ik herhaaldelijk naar de demo en blijf ik eraan sleutelen tot ik honderd procent tevreden ben. Dan gaat het pas naar de rest toe. Vergeleken met eerdere albums zijn de nummers op ‘Heir to Despair’ heel spontaan ontstaan. Normaal laat ik heel veel muzikale theorieën op de arrangementen los, maar daar heb ik dit keer niet al te veel bij stilgestaan. Ik ben gewoon maar doorgegaan met schrijven.

 

Dankbaar

In tegenstelling tot veel andere Japanse bands is Sigh wereldwijd redelijk succesvol. “Dat hangt ervan af hoe je succes definieert“, nuanceert Kawashima. “Persoonlijk vind ik dat Sigh nergens echt succesvol in is geweest. Maar als ik iemand dankbaar moet zijn is het Euronymuos (de in 1993 vermoorde gitarist van de Noorse blackmetalband Mayhem). Toen wij rond 1992 op zoek gingen naar een platenlabel, was hij de enige die interesse in ons had. En dan overdrijf ik niet eens; ik heb een demo naar ieder label ter wereld gestuurd en alleen hij wilde ons tekenen voor Deathlike Silence Productions. Kort daarna kwam de “black metal boom”. Had hij dat niet gedaan, dan waren we waarschijnlijk de demofase niet uit gekomen.

Sindsdien treedt Sigh overal ter wereld op, zij het niet heel regelmatig. Zelfs niet in Japan. Toch merkt Kawashima een verschil in voorkeuren: “Hier in Japan is ‘Hangman’s Hymn’ (2007) ons populairste album. Dus spelen we daar meer nummers van als we hier optreden. In Europa en de VS is meer interesse in ons oudere, meer blackmetalgeoriënteerde materiaal. We spelen dus veel werk van ‘Scorn Defeat’ (1993) als we in het buitenland spelen. Over een paar weken spelen we hier een paar shows met Dimmu Borgir, Gorgoroth,  Samael en Sinsaenum. Dan spelen we alleen maar nummers van na 2007 en bijna alles is snel werk. Dat is wat het Japanse publiek wil horen.

 

Kevin is altijd op zoek naar de beste muziek van over de hele wereld. Hij is altijd benieuwd naar de drijfveren van de muzikanten die erachter zitten en verdiept zich er graag in. Voor de The Sushi Times schrijft hij over de tofste Japanse bands maar wil je meer lezen? Kijk dan ook op zijn eigen site kevymetal.wordpress.com!

Laat ons horen wat je te zeggen hebt!

Close