kasteel Shuri in Okinawa: HQ van het koninkrijk Ryūkyū

Het Koninkrijk Ryūkyū: een zelfstandig Okinawa

Als je wel van Japan houdt, maar eigenlijk liever naar paradijselijke “Bounty eilandjes” gaat, moet je echt eens naar Okinawa. De zuidelijkste prefectuur staat vooral bekend om het tropische klimaat, prachtige stranden, en de relaxte atmosfeer. Iets minder bekend is dat de Ryūkyū archipel nog niet eens zo heel lang geleden een eigen koninkrijk was. Maar hoe zijn ze onderdeel geworden van Japan?

Elk eiland een heer

Tussen de 12e en 14e eeuw was er eigenlijk op alle eilanden sprake van verschillende koninkrijkjes. Die hadden weliswaar onderlinge banden, maar ook onenigheid. Er zijn verspreid over de verschillende eilandengroepen wel honderden forten teruggevonden, waarvan vijf op de Werelderfgoedlijst staan. Zelfs de Mongolen onder Kublai Khan, die in de 13e eeuw aanvielen, werden teruggedreven.

Logischerwijs hebben de mensen van enkele eilandengroepen in de loop der eeuwen eigen dialecten en gewoontes ontwikkeld. Tegenwoordig heet alles Okinawa, maar op het hoofdeiland (dat daadwerkelijk Okinawa heet) werden de bewoners van andere clusters echt gezien als buitenlanders. Of in ieder geval als buitenstaanders.

Dat hoofdeiland bestond zelf voor meer dan honderd jaar uit drie domeinen; zuid, centraal, en noord. Tot koning Shō Hashi (uit het Middenrijk) in 1429 de twee andere koningen versloeg, en de boel verenigde onder zijn heerschappij. Dit was het begin van het Koninkrijk Ryūkyū (琉球: “Edelstenen”). Een naam die hij overigens niet zelf uitkoos, maar kreeg van de Ming Keizer. Onder de Shō dynastie werden ook de Amami, Tokara, Miyako en Yaeyama eilanden toegevoegd aan het rijk.

In China’s schaduw

Er was in deze regio één duidelijke eindbaas: de keizer van China. Elk kleinere baas deed er verstandig aan die te vriend te houden, door een tribuut relatie aan te gaan. Dat wil zeggen, regelmatig cadeautjes sturen en persoonlijk langskomen om te buigen voor de Chinese Keizer. Alleen dan was het toegestaan om spullen te kopen en verkopen via Chinese handelaren. Voor het jonge koninkrijk betekende dit tevens erkenning als een zelfstandige staat.

Het is dankzij deze deze band dat de cultuur in Okinawa veel Chinese invloeden kent. In de kleding, de traditionele muziek, en de architectuur bijvoorbeeld. De tempels daar verschillen duidelijk met wat je in de rest van Japan ziet. Ook Kasteel Shuri, van waaruit Ryūkyū bestuurd werd, doet meer aan Chinese paleizen denken dan aan de Japanse kasteeltorens van het ‘hoofdeiland’. [zie coverfoto]

Tussen twee grootmachten

Ondertussen groeide het Japanse keizerrijk ook uit tot een staat om rekening mee te houden. Via de Amami onderhield Ryūkyū al enige tijd contact met de Shimazu familie, die de huidige prefectuur Kagoshima (destijds het Satsuma domein) beheersten. Maar begin 17e eeuw kwam er een einde aan anderhalve eeuw burgeroorlog, waardoor alle samurai in feite werkeloos thuis zaten. Door de (theoretische) scheiding van klassen, konden die niet zomaar weer gaan boeren.

Dus besloten de samurai uit Satsuma ook de zuidelijkere eilanden ‘onder hun hoede’ te nemen. Dit kwam de Shōgun goed uit. Zolang de vrij machtige Shimazu iets te doen hadden, zouden ze niet in opstand komen tegen de Tokugawa familie. Plus, zo konden ze via-via toch een graantje meepikken van de handel met China. Het eigen diplomatieke lijntje tussen China en Japan was in de 16e eeuw namelijk verbroken en nooit meer hersteld.

17e eeuwse optocht van afgevaardigden van het koninkrijk Ryūkyū
17e eeuwse optocht van de koning van Ryūkyū naar Edo [University of Hawai’i]

Voortaan moesten leden van Ryūkyū’s koninklijke familie tribuut betalen aan de Shōgun… en China. Dat betekende tweejaarlijkse hofreizen naar Edo (Tōkyō), onder begeleiding van de Shimazu. Het gezantschap was verplicht (of vriendelijk verzocht) om in traditionele kleding te komen, zodat iedereen kon zien dat het een buitenlandse vazal was. Dat het kleinere koninkrijk zich onderdanig opstelde, gaf Japan meer aanzicht dan als het gewoon de zoveelste krijgsheer was binnen de eigen grenzen.

Om ruzie met de slapende reus te voorkomen, hing men het nieuws van de nieuwe tribuut relatie met Japan niet aan de grote klok. De Japanse invloed op de eilanden wilden ze bewust beperkt houden, zodat China geen argwaan zou krijgen. Het zou echter best kunnen dat die keizer er toch van wist, maar het gewoon gedoogde. Ook zij wilde via-via de economische connectie wel. Ryūkyū behield op deze manier een hele voorname handelspositie in de regio. En zo bleef het, voorlopig.

Van land naar deelstaat

In het begin van de Meiji periode (eind 19e eeuw) besefte Japan dat ze haar grenzen veilig moest stellen tegenover de westerse kolonisatiedrang. De nieuwe, keizerlijke regering zag de semi-onafhankelijke eilanden als een zwakke plek. Zodoende besloot men het Koninkrijk Ryūkyū op te nemen in het Japanse keizerrijk en de hele eilandenketen de naam Okinawa te geven; “Zeekoord”.

Net als het geval was bij Hokkaidō, ging dat niet helemaal zonder slag of stoot. Er moest namelijk wel een excuus gevonden worden om de boel over te nemen. Die kwam toen in 1871 een tiental zeelui uit Ryūkyū aanspoelden en gedood werden in Taiwan (destijds deel van China). Japan zond een strafexpeditie naar Taiwan en eiste een schadevergoeding van het buurland, aangezien het om “Japanse” burgers ging. China stemde daar, na wat Britse bemiddeling, mee in. Impliciete erkenning voor Japans zeggenschap over deze eilanden.

Laatste loodjes

Toch bleef de koning van Ryūkyū proberen enige zelfstandigheid te bewaren. Toen de Japanse regering erop stond dat hij naar Tōkyō zou komen, het complete politieke bestuur incl. strafrecht zou hervormen naar Japans model, en dat ze de Japanse jaartelling gingen gebruiken, weigerde hij alle drie. Wel gingen een paar ‘ministers’ naar de hoofdstad en werd een aantal Japanse soldaten naar het zuiden gestuurd, als herinnering aan wie de baas was.

Vertegenwoordigers van de eilandengroep stuurden ondertussen brieven naar Nederland, Frankrijk, en de VS, met wie ze eerdere handelsbetrekkingen hadden, om zich te beklagen over het gedrag van Japan. Zij zagen “China als moeder, Japan als vader” en wilden terug naar het systeem van twee gelijke relaties. Japan wilde daar uiteraard niets van horen en schafte het koningschap in Ryūkyū officieel af in 1879. De koninklijke familie moest het paleis verlaten. Okinawa was geboren.

vlag van Okinawa
vlag van de prefectuur Okinawa


WWII

Wie iets weet van de Tweede Wereldoorlog in Azië (behalve dan dat Japan Indonesië afpakte van Nederland), weet dat er op en om Okinawa bijzonder hard gevochten is. Terwijl de Amerikanen in het begin nog zo hun best deden om anti-Japanse gevoelens en ideeën van onafhankelijkheid aan te wakkeren. Bijvoorbeeld door propaganda te verspreiden met de oude vlag van Ryūkyū.

Maar wat bleek? Huidige generaties voelde zich inmiddels meer verbonden met Japan dan de voormalige koningen. Na een hevige strijd met enorm veel burgerslachtoffers (vooral ook door zelfdoding) werd Okinawa in 1945 overgenomen door het Amerikaanse leger. Pas in 1972 werden de eilanden teruggegeven aan Japan. Zelfstandigheid blijft eigenlijk ver te zoeken, want Amerika is nog volop aanwezig op Okinawa in de vorm van legerbasissen. Dat die tot op de dag van vandaag voor veel sociale onrust en milieuschade zorgen, is weer een ander verhaal.

Okinawa als prefectuur

Inmiddels zijn deze prachtige eilanden met hun bewogen geschiedenis dus deel van Japan. Toch blijft het een heel ‘apart’ gebied, dat anders is dan je misschien zou verwachten. Ondanks hun ligging vallen de Amami eilanden bijvoorbeeld niet onder het bestuur van de prefectuur Okinawa, maar dat van Kagoshima (Kyūshū). Een overblijfsel van de bezetting door het vroegere Satsuma. Ook is dit de armste prefectuur van Japan, dat maar weinig aandacht krijgt in de nationale politiek.

In de media wordt Okinawa vooral geromantiseerd als de ideale plek voor overspannen Japanners om even bij te komen van hun werkstress. Een stukje buitenland binnen de eigen landsgrenzen, als het ware. Men heeft er zelfs nog twee eigen talen; Uchināguchi en Kunigami. Gestandaardiseerd onderwijs heeft er echter voor gezorgd dat ze beiden bijna uitgestorven zijn. Alleen de oudere mensen spreken dit nog. Gelukkig dan maar, dat mensen op Okinawa bijzonder oud worden! In een land waar toch al meer honderdjarigen wonen dan waar dan ook, is de levensverwachting hier bovengemiddeld hoog, vooral voor vrouwen.

Het geheim van dit lange leven? Genetisch, waarschijnlijk. Maar laten we voor de zekerheid zo goed mogelijk genieten van hun veelgeprezen eten.


BRONNEN: 1, 2, 3, 4, 5

Steven
japangids.info@gmail.com

Steven is een parttime reisleider en leraar Japans met een grote passie voor de taal, geschiedenis en religies. Doet ook graag aan kalligrafie en vertaalt daarvoor o.a. Nederlandse namen naar kanji, via www.japan-gids.info. Hij houdt daarnaast (misschien net iets te) van gamen, pizza en sake.

1 Reactie
  • Esther Prinsze
    Geplaatst op 13:20h, 21 oktober Beantwoorden

    Heel interessant! Dank je wel!

Geef een reactie

X