Recensie: Galneryus – Into The Purgatory

Galneryus is een van de weinige powermetalbands met Japanse teksten die het ook internationaal heel goed doet. Onlangs speelde de band uit Osaka zelfs op het prestigieuze ProgPower-festival in Atlanta. Een nieuw album zorgt dus altijd voor hooggespannen verwachtingen in de scene.

De videoclip van het uitstekende The Followers maakte hongerig naar meer. Helaas is ‘Into The Purgatory’ geen meesterwerk. Het is een goed album vol muzikaal vakwerk en een aantal te gekke powermetalnummers, maar het is niet méér dan dat, zoals de vorige vier albums van de band.

De albumhoes van ‘Into The Purgatory’ leek een duisterdere Galneryus te beloven. Uiteindelijk valt dat wel mee. Het album klinkt eigenlijk precies zoals je Galneryus verwacht. Gitaarriffs met veel noten, razendsnel rollende drums, virtuoze solo’s en de hoge, krachtige zang van Masatoshi Ono. Des te verrassender is het dat ‘Into The Purgatory’ een lichte teleurstelling is. Het is zeker niet de minste plaat die de band ooit maakte, maar verre van hun beste werk.

Ondanks een aantal sterke nummers lijkt Galneryus een beetje op de automatische piloot te draaien. ‘Into The Purgatory’ verrast zelden, waar de voorgangers wat interessante progressieve wendingen hadden. Die zitten hier echt alleen in het spel van de heren.

 

Ruimte

Laten we met het positieve beginnen. The Followers is een wat rare keuze voor een videoclip, omdat het nummer eigenlijk niet heel representatief voor het album is. Het is een zwaar, duister nummer met opvallend agressief gitaarwerk. Ook de semi-operatische zang die Masatoshi Ono in de coupletten laat horen is opvallend. Hij doet in die passages zelfs aan zijn nóg betere voorganger Yama-B denken. My Hope Is Lost is eveneens sterk. De sfeer van het nummer is iets melancholieker dan de gemiddelde Galneryus-opener, maar niet zonder de krachtige, triomfantelijke ondertoon waar de band om bekend staat.

Come Back To Me Again is een andere aangename verrassing. De titel doet vermoeden dat we hier met de standaard ballade van het album te maken. Zijn plek vlak na het midden van het album doet dat ook vermoeden. In plaats daarvan is het een uitgesponnen heavymetalnummer waarin opvallend veel ruimte is voor Ono’s zang. Gitarist en bandleider Syu heeft nog wel eens de neiging om zijn riffs helemaal vol te proppen met noten, maar dat is hier zeker niet het geval. Zelfs de solosectie in het midden is redelijk bescheiden. Het nummer krijgt er een melancholieke, maar toch hoopvolle sfeer van. Onbetwist het hoogtepunt van ‘Into The Purgatory’.

 

Middelmaat

Helaas wordt het niveau van die drie nummers nergens gehaald. Fighting Of Eternity heeft een paar hele spannende progressieve passages waarin de stuwende ritmes en Yuhki’s synthesizers elkaar van de opnamen proberen te duwen, maar de coupletten en refreinen stijgen helaas niet boven de middelmaat uit. Het negen minuten durende The End of the Line is qua stijl precies wat fans van de band aan het einde van een Galneryus-album willen horen. Het is een prima nummer, maar valt in het niet in vergelijking met de titelnummers van de afgelopen twee albums.

Dan zijn er ook nog twee hele matige nummers. Remain Behind zal ik de band niet al te zwaar aanrekenen, want ballades zijn nooit hun sterkste punt geweest. Ook deze heeft weer een vrij plichtmatig karakter. Erger vind ik Glory. Dat nummer is het schoolvoorbeeld van hoe erg Galneryus hier op de automatische piloot draait. In eerste instantie lijkt het een vrij typisch Galneryus-nummer met een pakkend refrein. Na een paar luisterbeurten dringt het besef door dat ieder onderdeel van het nummer eerder al honderd keer beter is gedaan. Door Galneryus zelf. En dat gevoel wordt bij herhaling alleen maar sterker.

Ook het geluid is niet om over naar huis te schrijven. Syu’s gitaargeluid is gortdroog. Dat werkt redelijk in het meer hardrock-achtige Never Again, maar voor de modernere powermetalnummers mist het een fel randje. Verder is relatieve nieuwkomer Fumiya Morishita (Unlucky Morpheus, ex-Thousand Eyes) een uitstekende drummer, maar de natuurlijker drumsound van zijn voorganger Junichi Sato klonk net wat explosiever.

 

Extra tijd

Uiteindelijk valt ‘Into The Purgatory’ meer op door het spel dan door de nummers. Op zich niet onlogisch, want Galneryus bestaat nu eenmaal uit fantastische muzikanten, maar normaal gesproken weet de band zijn virtuositeit beter in te passen in zijn nummers. ‘Into The Purgatory’ is zonder enige twijfel een beter album dan het ongeïnspireerde ‘Phoenix Rising’ en de wisselvallige eerste paar albums.

Maar ik denk dat Galneryus beter een jaartje extra had kunnen nemen voor de plaat en meer nummers van het niveau My Hope Is Lost en Come Back To Me Again had kunnen schrijven. Misschien konden de betere nummers van Syu’s eerder dit jaar verschenen soloalbum ‘Vorvados’ het gemiddelde ook nog wat omhoog duwen.

Galneryus lijkt zich bewust van zijn internationale populariteit, want hun hele oeuvre staat online op digitale platformen als Spotify en iTunes. Inclusief ‘Into The Purgatory’. Het is wel het soort album waarbij het een aanrader is om voor release even te luisteren.

Kevin is altijd op zoek naar de beste muziek van over de hele wereld. Hij is altijd benieuwd naar de drijfveren van de muzikanten die erachter zitten en verdiept zich er graag in. Voor de The Sushi Times schrijft hij over de tofste Japanse bands maar wil je meer lezen? Kijk dan ook op zijn eigen site kevymetal.wordpress.com!

Laat ons horen wat je te zeggen hebt!

Close
X